amsterdammer marja in het zonnetje

AMSTERDAMMER MARJA IN HET ZONNETJE

In Amsterdam werken allerlei verschillende mensen met liefde aan een groenere, duurzamere, mooiere en gezondere stad. Hoe klein of groot deze acties ook zijn, ze dragen allemaal bij! In deze rubriek zetten wij elke maand een Amsterdammer in het zonnetje. Ken jij ook iemand die een mooi portret verdient? Geef deze persoon dan op via info@degezondestad.org 

TUINHUISJE AAN het water

We spreken Marja op een zonnige ochtend op haar tuincomplex aan het water. Marja komt oorspronkelijk uit Friesland, opgegroeid midden in het groen. De drukte van Amsterdam was voor haar dan ook lang wennen. Tot ze tien jaar geleden een kleinschalig tuinencomplex ontdekte. Er was een wachtlijst, maar het was het proberen waard. En het wachten werd beloond.

Nu is ze binnen een halfuurtje van de stadsdrukte omringd door groen. Vogels tjirpen voluit, bijen zoemen langs. Wat ze het leukst vindt? “Alles wat groeit en bloeit. Dat je iets in de grond steekt en het er volgend jaar gewoon weer uitkomt. Of hoe de varens zich ontvouwen in de lente.’’

“Vogels tjirpen voluit en bijen zoemen langs”

HOE HELP JE DE BIJEN EN VLINDERS?

Marja’s eerste tip is simpel: maai zo laat mogelijk. Ze maait bewust pas half mei. Het ziet er niet heel netjes uit, geeft ze toe, maar wel gezellig. En de wilde bloemetjes die dan verschijnen zijn waardevol voor insecten. Zelfs wie van een strakke tuin houdt, kan gewoon een klein hoekje reserveren waar de natuur zijn gang mag gaan. Dat is al genoeg.

Ze raadt ook aan om zoveel mogelijk verschillende planten te kiezen: vroegbloeiers, zomerbloemen én najaarsbloeiers. Die volgen elkaar mooi op, zodat insecten altijd wel iets te eten hebben. En voor het oog is het ook nog eens prachtig. Planten die in het voorjaar extra welkom zijn voor insecten: krokus, sneeuwklokjes, gele kornoelje, gevlekt longkruid, pinksterbloem en dovenetel.

“Zelfs wie van een strakke tuin houdt, kan gewoon een klein hoekje reserveren waar de natuur zijn gang mag gaan.”

WILDPLUKKEN: WAT GROEIT ER IN JE TUIN?

Zevenblad Dit jaar heeft Marja meer zevenblad geplukt dan ooit. Het is niet tegen te houden, zegt ze. “Ik moet me er maar mee verhouden, want het is niet te doen om dit uit je tuin te houden. Vanavond eten we weer zevenblad.” De smaak is peterselie-achtig, lekker in een soep, door een stampotje, lekker roerbakken of vers door een salade. “Vooral die jonge scheutjes, als ze nog zo groen en glimmend zijn, die zijn het lekkerst.”

Daslook Vanaf maart kijkt Marja al uit naar de eerste, nog spaarzame blaadjes daslook. Al snel groeit het volop en verwerkt ze het in allerlei gerechten. “Ik maak daslooksoep, pesto, of doe het bij een gebakken ei, óók heerlijk door de pasta. Je kunt daslook ook fermenteren of invriezen, zodat je er nog lang van kunt genieten.” Wil je het zelf in je tuin? Strooi dan het zaad uit of plant de knoflookachtige bolletjes. Daslook vermeerdert zich makkelijk.

Brandnetel De brandnetel krijgt niet altijd de waardering die hij verdient, maar hij is zowel belangrijk voor de biodiversiteit als verrassend lekker en gezond. Effectief ook tegen bloedarmoede. De jonge topjes zijn het lekkerst, doe wel handschoenen aan, want die prikken enorm. Een paar topjes door de soep, geroerbakt, of gedroogd als thee. Voor het drogen bind je gewoon een bundeltje bij elkaar en hang je het in een droge ruimte, met voldoende ruimte tussen de takjes. 

VOOR DE GASTEN IN JE TUIN 

Marja zet het hele jaar een schaaltje water neer. “Zo gezellig om vogeltjes te zien badderen of drinken.” Voor insecten is een ondiep schaaltje handiger, met een paar steentjes erin zodat ze niet verdrinken.

Ook met voeding kun je vogels een handje helpen. Gooi zachte, droge noten bijvoorbeeld niet weg. ‘’Vogels kunnen die altijd nog goed gebruiken. In de lente, als vogels druk zijn met nestelen, hebben ze extra eiwitten nodig. Zo kan je af en toe ook gekookte eierschalen fijnmalen en die in het voederhuisje plaatsen. Maar het allerbelangrijkste blijft een tuin met inheemse, biologische planten, struiken en bomen. Dan vinden vogels voldoende insecten die op de bloeiende bloemen afkomen, en later in het jaar eten ze de bloemzaden.’’

“het aller belangrijkste blijft een tuin met inheemse, biologische planten, struiken en bomen.”

HERGEBRUIKEN

Uitgebloeide bolgewassen Veel mensen zetten narcissen of hyacinten in de woonkamer en gooien ze daarna weg. Marja doet dat nooit. Als ze uitgebloeid zijn, gaan ze de grond in. Het volgende voorjaar komen ze gewoon weer op. Zo geniet ze nu van een tuin vol gratis narcissen en hyacinten. Hyacinten verwilderen zelfs heel mooi, “ze worden mooier dan die strakke bolvormen die je in de winkel koopt.”

Lente-ui, prei en kropsla opnieuw kweken Het kontje van een lente-ui weggooien? Dat doet Marja allang niet meer. Ze zet het in een smal bekertje met een bodempje water. Na een paar dagen groeien er worteltjes, en dan stop je het in een pot met aarde. “Dan groeit het gewoon weer terug. Hetzelfde werkt met prei en kropsla. Maar met lenteui is het echt het makkelijkst, dat kan simpelweg niet misgaan.”



ZADEN RUILEN EN DELEN

Vroeger oogstten boeren hun eigen zaden en gebruikten die het jaar daarna weer. Tegenwoordig heeft de industrie dat grotendeels naar zich toe getrokken, wat niet goed is voor kleinschalige telers én voor de biodiversiteit. Maar er zijn mooie alternatieven. Zo zijn er zadenbeurzen, zoals Reclaim the Seeds bij de Fruittuinen, waar mensen zaden van hun eigen oogst ruilen. Ook zijn er zadenbibliotheken, in Amsterdam in de OBA in de Spaarndammerbuurt en in Ouderkerk. Hier kun je gratis zaden lenen. Thuis zaaien en de sterkste plant in zaad laten schieten. Dat zaad breng je daarna weer terug.