District: Overige

AMSTERDAMMER MARJA IN HET ZONNETJE

In Amsterdam werken allerlei verschillende mensen met liefde aan een groenere, duurzamere, mooiere en gezondere stad. Hoe klein of groot deze acties ook zijn, ze dragen allemaal bij! In deze rubriek zetten wij elke maand een Amsterdammer in het zonnetje. Ken jij ook iemand die een mooi portret verdient? Geef deze persoon dan op via info@degezondestad.org 

TUINHUISJE AAN het water

We spreken Marja op een zonnige ochtend op haar tuincomplex aan het water. Marja komt oorspronkelijk uit Friesland, opgegroeid midden in het groen. De drukte van Amsterdam was voor haar dan ook lang wennen. Tot ze tien jaar geleden een kleinschalig tuinencomplex ontdekte. Er was een wachtlijst, maar het was het proberen waard. En het wachten werd beloond.

Nu is ze binnen een halfuurtje van de stadsdrukte omringd door groen. Vogels tjirpen voluit, bijen zoemen langs. Wat ze het leukst vindt? “Alles wat groeit en bloeit. Dat je iets in de grond steekt en het er volgend jaar gewoon weer uitkomt. Of hoe de varens zich ontvouwen in de lente.’’

“Vogels tjirpen voluit en bijen zoemen langs”

HOE HELP JE DE BIJEN EN VLINDERS?

Marja’s eerste tip is simpel: maai zo laat mogelijk. Ze maait bewust pas half mei. Het ziet er niet heel netjes uit, geeft ze toe, maar wel gezellig. En de wilde bloemetjes die dan verschijnen zijn waardevol voor insecten. Zelfs wie van een strakke tuin houdt, kan gewoon een klein hoekje reserveren waar de natuur zijn gang mag gaan. Dat is al genoeg.

Ze raadt ook aan om zoveel mogelijk verschillende planten te kiezen: vroegbloeiers, zomerbloemen én najaarsbloeiers. Die volgen elkaar mooi op, zodat insecten altijd wel iets te eten hebben. En voor het oog is het ook nog eens prachtig. Planten die in het voorjaar extra welkom zijn voor insecten: krokus, sneeuwklokjes, gele kornoelje, gevlekt longkruid, pinksterbloem en dovenetel.

“Zelfs wie van een strakke tuin houdt, kan gewoon een klein hoekje reserveren waar de natuur zijn gang mag gaan.”

WILDPLUKKEN: WAT GROEIT ER IN JE TUIN?

Zevenblad Dit jaar heeft Marja meer zevenblad geplukt dan ooit. Het is niet tegen te houden, zegt ze. “Ik moet me er maar mee verhouden, want het is niet te doen om dit uit je tuin te houden. Vanavond eten we weer zevenblad.” De smaak is peterselie-achtig, lekker in een soep, door een stampotje, lekker roerbakken of vers door een salade. “Vooral die jonge scheutjes, als ze nog zo groen en glimmend zijn, die zijn het lekkerst.”

Daslook Vanaf maart kijkt Marja al uit naar de eerste, nog spaarzame blaadjes daslook. Al snel groeit het volop en verwerkt ze het in allerlei gerechten. “Ik maak daslooksoep, pesto, of doe het bij een gebakken ei, óók heerlijk door de pasta. Je kunt daslook ook fermenteren of invriezen, zodat je er nog lang van kunt genieten.” Wil je het zelf in je tuin? Strooi dan het zaad uit of plant de knoflookachtige bolletjes. Daslook vermeerdert zich makkelijk.

Brandnetel De brandnetel krijgt niet altijd de waardering die hij verdient, maar hij is zowel belangrijk voor de biodiversiteit als verrassend lekker en gezond. Effectief ook tegen bloedarmoede. De jonge topjes zijn het lekkerst, doe wel handschoenen aan, want die prikken enorm. Een paar topjes door de soep, geroerbakt, of gedroogd als thee. Voor het drogen bind je gewoon een bundeltje bij elkaar en hang je het in een droge ruimte, met voldoende ruimte tussen de takjes. 

VOOR DE GASTEN IN JE TUIN 

Marja zet het hele jaar een schaaltje water neer. “Zo gezellig om vogeltjes te zien badderen of drinken.” Voor insecten is een ondiep schaaltje handiger, met een paar steentjes erin zodat ze niet verdrinken.

Ook met voeding kun je vogels een handje helpen. Gooi zachte, droge noten bijvoorbeeld niet weg. ‘’Vogels kunnen die altijd nog goed gebruiken. In de lente, als vogels druk zijn met nestelen, hebben ze extra eiwitten nodig. Zo kan je af en toe ook gekookte eierschalen fijnmalen en die in het voederhuisje plaatsen. Maar het allerbelangrijkste blijft een tuin met inheemse, biologische planten, struiken en bomen. Dan vinden vogels voldoende insecten die op de bloeiende bloemen afkomen, en later in het jaar eten ze de bloemzaden.’’

“het aller belangrijkste blijft een tuin met inheemse, biologische planten, struiken en bomen.”

HERGEBRUIKEN

Uitgebloeide bolgewassen Veel mensen zetten narcissen of hyacinten in de woonkamer en gooien ze daarna weg. Marja doet dat nooit. Als ze uitgebloeid zijn, gaan ze de grond in. Het volgende voorjaar komen ze gewoon weer op. Zo geniet ze nu van een tuin vol gratis narcissen en hyacinten. Hyacinten verwilderen zelfs heel mooi, “ze worden mooier dan die strakke bolvormen die je in de winkel koopt.”

Lente-ui, prei en kropsla opnieuw kweken Het kontje van een lente-ui weggooien? Dat doet Marja allang niet meer. Ze zet het in een smal bekertje met een bodempje water. Na een paar dagen groeien er worteltjes, en dan stop je het in een pot met aarde. “Dan groeit het gewoon weer terug. Hetzelfde werkt met prei en kropsla. Maar met lenteui is het echt het makkelijkst, dat kan simpelweg niet misgaan.”



ZADEN RUILEN EN DELEN

Vroeger oogstten boeren hun eigen zaden en gebruikten die het jaar daarna weer. Tegenwoordig heeft de industrie dat grotendeels naar zich toe getrokken, wat niet goed is voor kleinschalige telers én voor de biodiversiteit. Maar er zijn mooie alternatieven. Zo zijn er zadenbeurzen, zoals Reclaim the Seeds bij de Fruittuinen, waar mensen zaden van hun eigen oogst ruilen. Ook zijn er zadenbibliotheken, in Amsterdam in de OBA in de Spaarndammerbuurt en in Ouderkerk. Hier kun je gratis zaden lenen. Thuis zaaien en de sterkste plant in zaad laten schieten. Dat zaad breng je daarna weer terug.



AMSTERDAMMER MARJA IN HET ZONNETJE

In Amsterdam werken allerlei verschillende mensen met liefde aan een groenere, duurzamere, mooiere en gezondere stad. Hoe klein of groot deze acties ook zijn, ze dragen allemaal bij! In deze rubriek zetten wij elke maand een Amsterdammer in het zonnetje. Ken jij ook iemand die een mooi portret verdient? Geef deze persoon dan op via info@degezondestad.org 

Het begin van MoMA

Tijdens zijn studie Milieukunde en Duurzame Ontwikkeling wilde Marten Verdenius niet alleen praten over duurzaamheid, maar het ook doen. Tijdens zijn master werkte hij bij een melkveehouder in Ouderkerk. Op de fiets langs de Amstel was hij binnen tien minuten bij de boerderij. Zo dichtbij, en toch voelde het als een totaal andere wereld. Tegelijkertijd merkte hij dat stedelingen verlangen naar ‘echte’ producten, met smaak en een verhaal. En toen wist hij: die werelden moet hij dichter bij elkaar brengen. Met een oude Renault-bus, een ketel en een bel ging hij de stad in: de melkboer is terug! Mensen waren meteen enthousiast.

“Ik reed door de straten, bel in de hand: de melkboer is terug! Mensen waren meteen enthousiast.”

HOE HELP JE DE BIJEN EN VLINDERS?

Marja’s eerste tip is simpel: maai zo laat mogelijk. Ze maait bewust pas half mei. Het ziet er niet heel netjes uit, geeft ze toe, maar wel gezellig. En de wilde bloemetjes die dan verschijnen zijn waardevol voor insecten. Zelfs wie van een strakke tuin houdt, kan gewoon een klein hoekje reserveren waar de natuur zijn gang mag gaan. Dat is al genoeg.

Ze raadt ook aan om zoveel mogelijk verschillende planten te kiezen: vroegbloeiers, zomerbloemen én najaarsbloeiers. Die volgen elkaar mooi op, zodat insecten altijd wel iets te eten hebben. En voor het oog is het ook nog eens prachtig. Planten die in het voorjaar extra welkom zijn voor insecten: krokus, sneeuwklokjes, gele kornoelje, gevlekt longkruid, pinksterbloem en dovenetel.

“Zelfs wie van een strakke tuin houdt, kan gewoon een klein hoekje reserveren waar de natuur zijn gang mag gaan.”

VOOR DE GASTEN IN JE TUIN 

Marja zet het hele jaar een schaaltje water neer. “Zo gezellig om vogeltjes te zien badderen of drinken.” Voor insecten is een ondiep schaaltje handiger, met een paar steentjes erin zodat ze niet verdrinken.

Ook met voeding kun je vogels een handje helpen. Gooi zachte, droge noten bijvoorbeeld niet weg. ‘’Vogels kunnen die altijd nog goed gebruiken. In de lente, als vogels druk zijn met nestelen, hebben ze extra eiwitten nodig. Zo kan je af en toe ook gekookte eierschalen fijnmalen en die in het voederhuisje plaatsen. Maar het allerbelangrijkste blijft een tuin met inheemse, biologische planten, struiken en bomen. Dan vinden vogels voldoende insecten die op de bloeiende bloemen afkomen, en later in het jaar eten ze de bloemzaden.’’

“het aller belangrijkste blijft een tuin met inheemse, biologische planten, struiken en bomen.”

Dierlijk met mate

Dierlijke producten zijn wat Marten betreft luxe. Daar mag je best mee matigen. Maar in Nederland hebben we wél een eeuwenoude traditie in zuivel. Tot de jaren ’50 had een boer gemiddeld acht koeien. Acht! Pas daarna ging de schaalvergroting hard en raakte alles uit balans. De manier waarop we het nu doen, is niet houdbaar. En dat moet je ook niet willen. Daarom gelooft Marten in een toekomst met minder dierlijk, maar wél eerlijk, lokaal en in balans met het land.

Waarom smaakt melk uit de supermarkt zo anders?

Supermarktmelk voelt voor Marten altijd een beetje vreemd. Het smaakt naar niks en doet hem niks. Het is anoniem, massaal en vooral: ontworteld. In de fabriek wordt melk eerst helemaal uit elkaar gehaald: vetten naar de boter, eiwitten naar de kaas of proteïneproducten, suikers weer een andere kant op. Daarna gooien ze de restjes weer terug in een pak, precies in de percentages dat het wettelijk nog net “melk” mag heten. De officiële naam is zelfs gerecombineerde mengmelk. Klinkt niet echt smakelijk, toch?

En dat terwijl melk juist zo simpel is. Je moet er vooral vanaf blijven. Bij MOMA wordt de melk alleen gepasteuriseerd. Verder niks. Zo blijft de smaak en het karakter van de boerderij behouden. Elke boerderij heeft zijn eigen smaak, afhankelijk van bodem, gras, koeien en seizoenen. Soms voller, soms romiger, altijd anders. Steeds weer is de reactie van mensen hetzelfde: “Oh, zó smaakt melk dus echt!”

En hoe zit het met plantaardige varianten?

Marten is niet tegen plantaardige melk – integendeel. Maar veel alternatieven komen nu uit anonieme fabrieken, vaak van de andere kant van de wereld. Wie de ingrediënten bekijkt, ziet vaak een half scheikundeboek. Dat vindt Marten niet aanspreken.

Hij hoopt dat er meer lokaal geproduceerde plantaardige opties komen, net zo ambachtelijk, herkenbaar en traceerbaar als de melk van MOMA.

Wie drinkt MOMA-melk?

Zo’n 90% van de melk gaat naar de Amsterdamse horeca. Koffiebars als Scandinavian Embassy en White Label Coffee, maar ook ijssalon Massimo, werken graag met de volle melk. De romigheid van boerderijmelk maakt echt verschil in een cappuccino of bolletje ijs.

Maar ook buurtbewoners weten MOMA te vinden. Op donderdag in West, vrijdag in Zuid en zaterdag in Oost staat het busje in de wijk. Het publiek is heel gemengd: van hippe koffiedrinkers tot Amsterdammers met Turkse of Marokkaanse roots die nog precies weten hoe melk van de boer smaakt. Vaak hebben zij familie met een tweede huis op het platteland, of een opa of oma die zelf nog koeien molk. De smaken van vroeger zijn herkenbaar en vertrouwd.

Welke tip geef je de Amsterdammer?

Amsterdam ligt midden in een rijke voedselregio. Overal in en om de stad heen vind je boerenbedrijven. Ga eens langs, probeer een lokaal product, stel vragen. Het hoeft niet ingewikkeld of duur te zijn. Duurzaam en lokaal eten is niet alleen voor een kleine groep – het leeft breed, bij allerlei mensen. Iedereen kan een stapje zetten, en samen maken we het verschil.

“Plantaardige melk? graag. maar liever niet uit anonieme fabrieken aan de andere kant van de wereld.”

de amsterdammers over moma

“de smaak van de supermarkt vergeleken met moma is niet te evenaren”

“ik vind dit te gek omdat je toch een beetje een verschil maakt”

AMSTERDAMMER MARJA IN HET ZONNETJE

In Amsterdam werken allerlei verschillende mensen met liefde aan een groenere, duurzamere, mooiere en gezondere stad. Hoe klein of groot deze acties ook zijn, ze dragen allemaal bij! In deze rubriek zetten wij elke maand een Amsterdammer in het zonnetje. Ken jij ook iemand die een mooi portret verdient? Geef deze persoon dan op via info@degezondestad.org 

Het begin van MoMA

Tijdens zijn studie Milieukunde en Duurzame Ontwikkeling wilde Marten Verdenius niet alleen praten over duurzaamheid, maar het ook doen. Tijdens zijn master werkte hij bij een melkveehouder in Ouderkerk. Op de fiets langs de Amstel was hij binnen tien minuten bij de boerderij. Zo dichtbij, en toch voelde het als een totaal andere wereld. Tegelijkertijd merkte hij dat stedelingen verlangen naar ‘echte’ producten, met smaak en een verhaal. En toen wist hij: die werelden moet hij dichter bij elkaar brengen. Met een oude Renault-bus, een ketel en een bel ging hij de stad in: de melkboer is terug! Mensen waren meteen enthousiast.

“Ik reed door de straten, bel in de hand: de melkboer is terug! Mensen waren meteen enthousiast.”

HOE HELP JE DE BIJEN EN VLINDERS?

Marja’s eerste tip is simpel: maai zo laat mogelijk. Ze maait bewust pas half mei. Het ziet er niet heel netjes uit, geeft ze toe, maar wel gezellig. En de wilde bloemetjes die dan verschijnen zijn waardevol voor insecten. Zelfs wie van een strakke tuin houdt, kan gewoon een klein hoekje reserveren waar de natuur zijn gang mag gaan. Dat is al genoeg.

Ze raadt ook aan om zoveel mogelijk verschillende planten te kiezen: vroegbloeiers, zomerbloemen én najaarsbloeiers. Die volgen elkaar mooi op, zodat insecten altijd wel iets te eten hebben. En voor het oog is het ook nog eens prachtig. Planten die in het voorjaar extra welkom zijn voor insecten: krokus, sneeuwklokjes, gele kornoelje, gevlekt longkruid, pinksterbloem en dovenetel.

“Zelfs wie van een strakke tuin houdt, kan gewoon een klein hoekje reserveren waar de natuur zijn gang mag gaan.”

Van buurtmoestuin naar buurtverbinding

De tuinen brengen vrouwen niet alleen in contact met zichzelf, maar ook met elkaar – en zelfs met de buurt. “In het begin ben je als coach nog veel bezig met bij ze inchecken,” vertelt Chanti, “maar na een tijdje doen ze dat gewoon bij elkaar.”

Dat sociale contact werkt ook door in de wijk, merkt Linda op. “Voorheen was de Venserpolder geen veilige plek, maar dat is aan het veranderen.” De tuin in Venserpolder ligt direct aan een flat met uitzicht op de tuinen. “We trekken veel bekijks,” zegt Linda. “Mensen zijn nieuwsgierig. Zo was er een vrouw die wat wilde vragen, maar ze durfde eerst niet goed. Ze sprak gebrekkig Nederlands en zat veel thuis. Toen ze eenmaal in de tuin kwam, zagen we haar steeds vaker.”

De tuin zet ook andere dingen in beweging. Zo opende er een kringloopwinkel in de straat. “Die kwamen meteen een bijenhotel bij ons brengen,” vertelt Linda. “De buurt is socialer geworden en er is weer leven op straat.”

“Deze plek is echt een aanwinst voor de buurt, maar mensen moeten het eerst met eigen ogen zien,” zegt ze. “In het begin moet je echt vertrouwen winnen. Je merkt dat mensen in deze buurt elkaar niet vanzelfsprekend vertrouwen, en daarom is die sociale verbinding zo belangrijk.”

Waarom zouden er niet overal tuinen als deze kunnen zijn? Chanti: “Het zou geweldig zijn als we dit in héél Amsterdam kunnen neerzetten. Nu doen we het alleen voor vrouwen, maar het zou ook kunnen met mannen, jongeren, ouderen of mensen met een beperking.”

VOOR DE GASTEN IN JE TUIN 

Marja zet het hele jaar een schaaltje water neer. “Zo gezellig om vogeltjes te zien badderen of drinken.” Voor insecten is een ondiep schaaltje handiger, met een paar steentjes erin zodat ze niet verdrinken.

Ook met voeding kun je vogels een handje helpen. Gooi zachte, droge noten bijvoorbeeld niet weg. ‘’Vogels kunnen die altijd nog goed gebruiken. In de lente, als vogels druk zijn met nestelen, hebben ze extra eiwitten nodig. Zo kan je af en toe ook gekookte eierschalen fijnmalen en die in het voederhuisje plaatsen. Maar het allerbelangrijkste blijft een tuin met inheemse, biologische planten, struiken en bomen. Dan vinden vogels voldoende insecten die op de bloeiende bloemen afkomen, en later in het jaar eten ze de bloemzaden.’’

“het aller belangrijkste blijft een tuin met inheemse, biologische planten, struiken en bomen.”

Dierlijk met mate

Dierlijke producten zijn wat Marten betreft luxe. Daar mag je best mee matigen. Maar in Nederland hebben we wél een eeuwenoude traditie in zuivel. Tot de jaren ’50 had een boer gemiddeld acht koeien. Acht! Pas daarna ging de schaalvergroting hard en raakte alles uit balans. De manier waarop we het nu doen, is niet houdbaar. En dat moet je ook niet willen. Daarom gelooft Marten in een toekomst met minder dierlijk, maar wél eerlijk, lokaal en in balans met het land.

Waarom smaakt melk uit de supermarkt zo anders?

Supermarktmelk voelt voor Marten altijd een beetje vreemd. Het smaakt naar niks en doet hem niks. Het is anoniem, massaal en vooral: ontworteld. In de fabriek wordt melk eerst helemaal uit elkaar gehaald: vetten naar de boter, eiwitten naar de kaas of proteïneproducten, suikers weer een andere kant op. Daarna gooien ze de restjes weer terug in een pak, precies in de percentages dat het wettelijk nog net “melk” mag heten. De officiële naam is zelfs gerecombineerde mengmelk. Klinkt niet echt smakelijk, toch?

En dat terwijl melk juist zo simpel is. Je moet er vooral vanaf blijven. Bij MOMA wordt de melk alleen gepasteuriseerd. Verder niks. Zo blijft de smaak en het karakter van de boerderij behouden. Elke boerderij heeft zijn eigen smaak, afhankelijk van bodem, gras, koeien en seizoenen. Soms voller, soms romiger, altijd anders. Steeds weer is de reactie van mensen hetzelfde: “Oh, zó smaakt melk dus echt!”

Eten van eigen land geteeld door jouw boer

Sinds 2020 is De Groente Amsterdammer onderdeel van Landgoed Rorik, een initiatief van Wouter Valkenier, Atse Hamers en Kasper Hoex. Hier bouwen ze met verschillende partners aan een ecologisch landgoed met o.a. tuinderij, boomgaard, wijngaard, zelfvoorzienend restaurant en overnachtingsmogelijkheden.

Skip de supermarkt!

Betaal direct aan jouw boer zodat hij of zij de tijd en ruimte heeft om voor jou gezond eten te maken. Bij De Groente Amsterdammer kost groente 22/ 33 / 44 euro voor een 1-2, 2-3 of 3-4 persoonspakket.

Het werkt zo: voorafgaand aan het seizoen koop je jouw aandeel in de oogst en weet je zeker dat er elke week een pakket met verse groenten voor jou klaarstaat. Het seizoen duurt 8 maanden. Jouw pakket kun je elke week afhalen op het land in Beverwijk of bij afhaalpunten in Zandvoort, Haarlem en Amsterdam. En ben je een periode op vakantie? Laat je pakket dan bezorgen bij een vriend of buur!

Meld je aan voor het komende seizoen via de website van De Groente Amsterdammer.

Foto credits: De Groente Amsterdammer

Interview: Anne Engel van forteiland pampus

AMSTERDAMMER MARJA IN HET ZONNETJE

In Amsterdam werken allerlei verschillende mensen met liefde aan een groenere, duurzamere, mooiere en gezondere stad. Hoe klein of groot deze acties ook zijn, ze dragen allemaal bij! In deze rubriek zetten wij elke maand een Amsterdammer in het zonnetje. Ken jij ook iemand die een mooi portret verdient? Geef deze persoon dan op via info@degezondestad.org 

Hoe is Forteiland Pampus ontstaan?

Forteiland Pampus is een kunstmatig eiland, aangelegd als onderdeel van de Stelling van Amsterdam: een verdedigingslinie van tientallen forten die de hoofdstad moesten beschermen. Maar toen Pampus in gebruik werd genomen, waren technologische ontwikkelingen zoals vliegtuigen al zover dat de linie overbodig raakte. Hierdoor verloor het eiland zijn functie en werd het een vrijplaats waar mensen feesten organiseerden en hun gang gingen.

Ongeveer 25 jaar geleden nam een stichting het eiland over, maakte het schoon en richtte er een museum in dat het verhaal van Pampus vertelt. Inmiddels is het eiland een duurzame plek geworden, met een moestuin, educatieve programma’s en een zelfgebouwd energiesysteem. Zo wekken we onze eigen energie op met behulp van twee windmolens, zonnepanelen en een biogasinstallatie. We hebben zelfs een watermaker waarmee we het omringende water zuiveren, dat we gebruiken voor de wc’s en in de keuken. Waar we vroeger afhankelijk waren van aggregaten, zijn we nu volledig zelfvoorzienend.

Het mooie is dat we mensen ook rondleiden op het eiland om te laten zien hoe dit allemaal werkt. Zodat andere eilanden, zoals Texel, uiteindelijk ook energieneutraal kunnen functioneren. Op Pampus doen we dit alvast in het klein.

HOE HELP JE DE BIJEN EN VLINDERS?

Marja’s eerste tip is simpel: maai zo laat mogelijk. Ze maait bewust pas half mei. Het ziet er niet heel netjes uit, geeft ze toe, maar wel gezellig. En de wilde bloemetjes die dan verschijnen zijn waardevol voor insecten. Zelfs wie van een strakke tuin houdt, kan gewoon een klein hoekje reserveren waar de natuur zijn gang mag gaan. Dat is al genoeg.

Ze raadt ook aan om zoveel mogelijk verschillende planten te kiezen: vroegbloeiers, zomerbloemen én najaarsbloeiers. Die volgen elkaar mooi op, zodat insecten altijd wel iets te eten hebben. En voor het oog is het ook nog eens prachtig. Planten die in het voorjaar extra welkom zijn voor insecten: krokus, sneeuwklokjes, gele kornoelje, gevlekt longkruid, pinksterbloem en dovenetel.

“Zelfs wie van een strakke tuin houdt, kan gewoon een klein hoekje reserveren waar de natuur zijn gang mag gaan.”

Waarom is biodiversiteit in het boerenlandschap eigenlijk zo belangrijk?

Op dit moment eten de meeste mensen nog maar een stuk of tien gewassen, terwijl er wereldwijd duizenden verschillende soorten bestaan. Dit heeft geleid tot enorme monoculturen, die niet alleen biodiversiteit vernietigen, maar ook schadelijk zijn voor de natuur. Monoculturen gaan vaak gepaard met landbouwgif en bieden vogels en insecten nauwelijks voedsel. Daardoor staan niet alleen de natuur, maar ook de verscheidenheid aan eetbare gewassen onder druk. Er bestaat zelfs een rode lijst van bedreigde voedingsmiddelen, opgesteld door de Slow Food beweging, die deze heeft verzameld in de Ark van de Smaak: een internationale catalogus van bedreigd culinair erfgoed.

Wij proberen dit verlies aan voedseldiversiteit tegen te gaan door te werken met bijzondere en vaak vergeten gewassen. Denk aan de ‘soesterknol’, een aparte biet, gerst van Texel, of bonen van een Friese boer die zich richt op oude peulvruchten. Veel komt ook uit onze eigen moestuin of wordt wild geplukt op het eiland. Zo gebruik ik vlierbloesem en brandnetels uit de natuur, voor in de soep of als pesto.

Wat hoop je bij mensen teweeg te brengen?

Je hoopt natuurlijk dat mensen anders gaan kijken naar duurzaamheid en naar hun eigen rol daarin. Afgelopen zomer hebben we onze gasten bijvoorbeeld enveloppen met zaden meegegeven, gevuld met bijzondere bonenrassen die ze in hun eigen tuin konden planten. Want ook op kleine schaal kun je veel bijdragen aan biodiversiteit.

Vroeger kon je in Nederland wel tien verschillende soorten appels vinden; nu zijn dat er nog maar een paar. Daar moeten we toch weer naar terug? Het probleem is dat het nog wel even kan duren voordat iedereen hierin meegaat, juist omdat supermarkten nauwelijks meer voedseldiversiteit aanbieden. Daarom is het zo belangrijk om het verhaal te blijven vertellen en mensen te laten zien hoe ze zelf een verschil kunnen maken.

”ik zou graag zien dat iedereen in Amsterdam betaalbaar lokaal eten kan kopen, zonder afhankelijk te zijn van dure biologische supermarkten”

Wat kunnen mensen thuis nog meer doen?

Hoe mooi zou het zijn als iedereen de verantwoordelijkheid zou nemen voor zijn eigen stukje stoep? Bijvoorbeeld door zwerfafval op te ruimen en er biologische planten of bloemen neer te zetten. Dat zou al zoveel schelen. Koken met lokale seizoensgroenten is ook zo’n eenvoudige stap met een groots effect.

Wat wij bij Pampus doen – experimenteren, leren en samenwerken – is iets wat je thuis ook kunt doen. Het hoeft niet perfect. Begin gewoon en kijk wat er mogelijk is. Het belangrijkste is om in beweging te blijven

Over beweging gesproken: waar hoop je over een paar jaar met Forteiland Pampus te staan?

Mijn droom is om het eiland verder te ontwikkelen tot een volledig plastic- en afvalvrije plek. Ons hoofdgebouw is nog niet energieneutraal, en een deel van onze vloot draait nog op brandstof – het zou geweldig zijn als we dat kunnen veranderen. Verder zijn er volop kansen om onze moestuin uit te breiden: we zijn namelijk pas net begonnen met permacultuur!

En hoe ziet jouw ideale Amsterdam eruit?

Meer groen, meer biodiversiteit en minder gemakzucht. Ik woon midden in de stad, vlak bij de Dam. Als ik daar ’s ochtends over frietbakken springend naar Pampus vertrek, denk ik: hoe kan het dat we niet allemaal wat bewuster bezig zijn met duurzaamheid? Het contrast is soms enorm.

Daarnaast zou ik graag zien dat iedereen in Amsterdam betaalbaar lokaal eten kan kopen, zonder afhankelijk te zijn van dure biologische supermarkten. En ik hoop dat ambachtelijke en lokale producten hun plek terugkrijgen in de winkelstraat.

“Geen standaard toeristenwinkels meer met pizza’s en wafels, maar bijzondere plekken met producten die écht iets bijdragen.”

Meer weten over Forteiland Pampus? Bekijk hun website.

Tekst door: Nadine Maarhuis

Fotograaf: Carly Wollaert

40 moestuintjes waar het krioelt van biologische groente, fruit en eetbare bloemen

Biologische tuingroep de Ark ligt in de tuinen van West. Er zijn 40 moestuintjes te huur, waar groente, fruit en eetbare bloemen op biologische wijze wordt verbouwd, geen kunstmest of pesticiden dus! 

Paradijs voor flora en fauna

Op de Ark wordt rekening gehouden met alles wat leeft in de tuin. Zo kun je wilde bijen, vogels, salamanders, regenwormen en andere bodemdiertjes tegenkomen. Je eet dus niet alleen lekkere en gezonde groente en fruit uit de tuin, maar creëert ook een paradijs voor flora en fauna.

community

Naast het verzorgen van je eigen tuintje help je als moestuin huurder ook mee aan het groenbeheer, het bestuur en reparaties van gereedschap bijvoorbeeld. Zo blijft de tuin niet alleen een plek om te oogsten, maar ook om samen te bouwen en te leren. De leden van de Ark hebben uiteenlopende achtergronden, opleidingen en ideeën. Iedereen die zijn groene vingers wil laten groeien is welkom!

 

Bekijk hier meer info

Fotocredits: Biologische Tuingroep De Ark

40 moestuintjes waar het krioelt van biologische groente, fruit en eetbare bloemen

Biologische tuingroep de Ark ligt in de tuinen van West. Er zijn 40 moestuintjes te huur, waar groente, fruit en eetbare bloemen op biologische wijze wordt verbouwd, geen kunstmest of pesticiden dus! 

Paradijs voor flora en fauna

Op de Ark wordt rekening gehouden met alles wat leeft in de tuin. Zo kun je wilde bijen, vogels, salamanders, regenwormen en andere bodemdiertjes tegenkomen. Je eet dus niet alleen lekkere en gezonde groente en fruit uit de tuin, maar creëert ook een paradijs voor flora en fauna.

community

Naast het verzorgen van je eigen tuintje help je als moestuin huurder ook mee aan het groenbeheer, het bestuur en reparaties van gereedschap bijvoorbeeld. Zo blijft de tuin niet alleen een plek om te oogsten, maar ook om samen te bouwen en te leren. De leden van de Ark hebben uiteenlopende achtergronden, opleidingen en ideeën. Iedereen die zijn groene vingers wil laten groeien is welkom!

 

Interview: Onze Groenteboer

AMSTERDAMMER MARJA IN HET ZONNETJE

In Amsterdam werken allerlei verschillende mensen met liefde aan een groenere, duurzamere, mooiere en gezondere stad. Hoe klein of groot deze acties ook zijn, ze dragen allemaal bij! In deze rubriek zetten wij elke maand een Amsterdammer in het zonnetje. Ken jij ook iemand die een mooi portret verdient? Geef deze persoon dan op via info@degezondestad.org 

Het begin van MoMA

Tijdens zijn studie Milieukunde en Duurzame Ontwikkeling wilde Marten Verdenius niet alleen praten over duurzaamheid, maar het ook doen. Tijdens zijn master werkte hij bij een melkveehouder in Ouderkerk. Op de fiets langs de Amstel was hij binnen tien minuten bij de boerderij. Zo dichtbij, en toch voelde het als een totaal andere wereld. Tegelijkertijd merkte hij dat stedelingen verlangen naar ‘echte’ producten, met smaak en een verhaal. En toen wist hij: die werelden moet hij dichter bij elkaar brengen. Met een oude Renault-bus, een ketel en een bel ging hij de stad in: de melkboer is terug! Mensen waren meteen enthousiast.

“Ik reed door de straten, bel in de hand: de melkboer is terug! Mensen waren meteen enthousiast.”

HOE HELP JE DE BIJEN EN VLINDERS?

Marja’s eerste tip is simpel: maai zo laat mogelijk. Ze maait bewust pas half mei. Het ziet er niet heel netjes uit, geeft ze toe, maar wel gezellig. En de wilde bloemetjes die dan verschijnen zijn waardevol voor insecten. Zelfs wie van een strakke tuin houdt, kan gewoon een klein hoekje reserveren waar de natuur zijn gang mag gaan. Dat is al genoeg.

Ze raadt ook aan om zoveel mogelijk verschillende planten te kiezen: vroegbloeiers, zomerbloemen én najaarsbloeiers. Die volgen elkaar mooi op, zodat insecten altijd wel iets te eten hebben. En voor het oog is het ook nog eens prachtig. Planten die in het voorjaar extra welkom zijn voor insecten: krokus, sneeuwklokjes, gele kornoelje, gevlekt longkruid, pinksterbloem en dovenetel.

“Zelfs wie van een strakke tuin houdt, kan gewoon een klein hoekje reserveren waar de natuur zijn gang mag gaan.”

Waar staan jullie nu?

We zijn bezig met het opzetten van een systeem waarbij we samen met andere regeneratieve boeren in Nederland een plan maken voor regeneratieve landbouw. Dit type landbouw richt zich op sociale, economische en ecologische voordelen en op het maken van een positieve impact.

In plaats van te veel te focussen op certificeringen, willen we transparant zijn en boeren uitnodigen om elkaar kritisch te bekijken en van elkaar te leren. Zo kunnen we samen beter worden. En nu zitten we in ons tweede seizoen, hebben een prachtige tuin en leren elke dag steeds meer door simpelweg te doen! Ook werken we met verschillende partijen samen, waaronder Patagonia, waar je in de winkel onze groentepakketten uit de tuin kunt ophalen.

VOOR DE GASTEN IN JE TUIN 

Marja zet het hele jaar een schaaltje water neer. “Zo gezellig om vogeltjes te zien badderen of drinken.” Voor insecten is een ondiep schaaltje handiger, met een paar steentjes erin zodat ze niet verdrinken.

Ook met voeding kun je vogels een handje helpen. Gooi zachte, droge noten bijvoorbeeld niet weg. ‘’Vogels kunnen die altijd nog goed gebruiken. In de lente, als vogels druk zijn met nestelen, hebben ze extra eiwitten nodig. Zo kan je af en toe ook gekookte eierschalen fijnmalen en die in het voederhuisje plaatsen. Maar het allerbelangrijkste blijft een tuin met inheemse, biologische planten, struiken en bomen. Dan vinden vogels voldoende insecten die op de bloeiende bloemen afkomen, en later in het jaar eten ze de bloemzaden.’’

Wat hoop je bij mensen teweeg te brengen?

Je hoopt natuurlijk dat mensen anders gaan kijken naar duurzaamheid en naar hun eigen rol daarin. Afgelopen zomer hebben we onze gasten bijvoorbeeld enveloppen met zaden meegegeven, gevuld met bijzondere bonenrassen die ze in hun eigen tuin konden planten. Want ook op kleine schaal kun je veel bijdragen aan biodiversiteit.

Vroeger kon je in Nederland wel tien verschillende soorten appels vinden; nu zijn dat er nog maar een paar. Daar moeten we toch weer naar terug? Het probleem is dat het nog wel even kan duren voordat iedereen hierin meegaat, juist omdat supermarkten nauwelijks meer voedseldiversiteit aanbieden. Daarom is het zo belangrijk om het verhaal te blijven vertellen en mensen te laten zien hoe ze zelf een verschil kunnen maken.

”ik zou graag zien dat iedereen in Amsterdam betaalbaar lokaal eten kan kopen, zonder afhankelijk te zijn van dure biologische supermarkten”

Bakkerij mama

Als je aan komt fietsen, ruik je de geur van vers brood al vanuit het oude fabriekspand waar Karel zijn bakkerij is begonnen. Naast gewone tarwebroden vind je hier ook broden van bijzondere granen, zoals emmer, spelt, eenkoren en rogge. Die hebben een volle smaak, zijn vaak makkelijker te verteren en goed voor de natuur.

Maar deze bakkerij draait om meer dan alleen lekker brood. Karel werkt samen met lokale boeren die pure granen verbouwen, bakt op traditionele wijze, en geeft in de winkel graag persoonlijk advies.

Fotocredits: Carly Wollaert

Bakkerij mama

Als je aan komt fietsen, ruik je de geur van vers brood al vanuit het oude fabriekspand waar Karel zijn bakkerij is begonnen. Naast gewone tarwebroden vind je hier ook broden van bijzondere granen, zoals emmer, spelt, eenkoren en rogge. Die hebben een volle smaak, zijn vaak makkelijker te verteren en goed voor de natuur.

Maar deze bakkerij draait om meer dan alleen lekker brood. Karel werkt samen met lokale boeren die pure granen verbouwen, bakt op traditionele wijze, en geeft in de winkel graag persoonlijk advies.

DeDAKKAS is een groene kas bovenop een parkeergarage, waar kippen scharrelen, bijen zoemen en je kunt genieten van lokaal en duurzaam eten.

Gelegen bovenop de parkeergarage De Kamp, heb je vanaf hier prachtig uitzicht over de oude binnenstad en zie je in de verte zelfs de duinen. Zeven jaar geleden begonnen Dennis en Jeroen hier met DeDAKKAS, vanwege dat prachtige uitzicht.

Op het dak eet je lekker én lokaal. De groenten komen van boerin Lolita uit de Haarlemmermeer. De kippen en bijen op het dak zorgen voor verse eieren en honing. Zelfs het keukenafval krijgt een nieuw leven, bijvoorbeeld als compost of groentejus.

Plekje reserveren? Kijk dan hier.

Fotocredits: Carly Wollaert

Oogst Haarlem is dé boerenwinkel van de stad. Hier haal je verse producten van boeren en makers direct uit de buurt, zonder onnodige tussenstappen.

In de winkel vind je allerlei producten uit de regio: kaas uit Ilpendam, oesterzwammen uit Bloemendaal, fruit van de Olmenhorst en zelfs waterkefir van Nederlandse bodem.

Oogst werkt alleen met boeren die regeneratief werken. Dat betekent dat ze niet alleen zorgen voor een gezonde bodem, maar ook voor het leven bóven de grond: voor insecten, vogels en andere dieren. Zo blijft de natuur in balans. En dat proef je terug in de producten.

Benieuwd wat er allemaal te koop is? Neem een kijkje in de app of lees hier meer.

Fotocredits: Carly Wollaert

Met een oogstaandeel van Boer in de Buurt ben je verzekerd van verse, onbespoten groenten – direct van de boer, recht uit de grond.

Hoe werkt het? Je neemt een vast oogstaandeel bij een lokale boer. Daarmee steun je hem of haar het hele seizoen in voor- en tegenspoed, en krijgt de boer altijd een eerlijke prijs voor het werk. In ruil daarvoor ontvang jij een wekelijks groentepakket, vers geoogst en volledig seizoensgebonden. Alle deelnemende tuinen werken biologisch, dus je bent verzekerd van groenten zonder pesticiden.

Meedoen kan op twee manieren:

Zelf oogsten: Kom wekelijks of maandelijks naar de tuin en oogst je eigen groenten. Een mooie manier om je handen uit de mouwen te steken, in contact te komen met de boer, de bodem én het buitenleven.

Afhalen bij een punt in de buurt: Geen tijd om zelf te oogsten? Dan haal je jouw groentepakket op bij een afhaalpunt bij jou in de buurt. Makkelijk én lokaal.

Boer in de Buurt is een initiatief van dertien CSA-boeren (Community Supported Agriculture) in en rondom Amsterdam. Samen bouwen zij aan een eerlijker, duurzamer en lokaler voedselsysteem. Door burgers actief te betrekken bij de voedselproductie, maken ze landbouw weer tot een gedeelde verantwoordelijkheid. Samen voor een gezonde bodem, gezond voedselsysteem en gezonde mensen!

Doe je mee? Hier vind je meer informatie.

Fotocredits: Boer in de Buurt

Wilder Land werkt samen met boeren door (on)kruiden in te zaaien waar ze ongelooflijk lekkere thee en andere smakelijke producten van maken.

”Om de Nederlandse biodiversiteit te verbeteren zullen we ons opnieuw met de natuur moeten verbinden. Door onszelf en ons landschap te verwilderen. Hoe meer (on)kruiden er worden ingezaaid bij boeren, hoe meer bijen, vogels en vlinders terugkeren en blijven in Nederland.”

Nederlandse natuur

Bij Wilder Land zijn ze ervan overtuigd dat we naar een economie toe moeten waar “herstel” centraal staat. Want we putten de aarde nog steeds uit. Op zoek naar manieren om Nederlandse biodiversiteit te stimuleren, ontdekten Daan van Diepen en Matthijs Westerwoudt de veelzijdige kansen van thee.

De meeste kruidenthee die wij in Nederland drinken kan je gewoon in Nederland laten groeien. Toch komt bijna alle kruidenthee die in de winkels ligt uit het buitenland, vaak zelfs van buiten Europa. Dus waarom niet in Nederland hier mee aan de slag? Dat scheelt vele kilometers transport, is goed voor onze Nederlandse natuur en levert heerlijke thee op. Wilder Land laat zien dat een kwaliteitsproduct en natuurherstel heel goed samengaan.

Puur natuurlijke kruiden

De kruiden die Wilder Land oogst voor in de blends zijn niet bespoten met bestrijdingsmiddelen. Een deel van de kruiden wordt geoogst om er thee van te maken. De rest, minimaal de helft, blijft staan zodat insecten ervan kunnen blijven genieten. Vervolgens neemt na de bloeiperiode de wind het over en verspreid de zaden over het land. Zo zullen er in het voorjaar daarna op nog meer plekken kruiden op komen. Langzaamaan neemt de natuur het zo weer over. Lekker wild.

Met de productie van Nederlandse (on)kruidenthee wordt een nieuw verdienmodel gecreëerd voor boeren die willen bijdragen aan meer biodiversiteit. Win-win!

”Dat scheelt vele kilometers transport, is goed voor onze Nederlandse natuur en levert heerlijke thee op.”

meer lekkers van het land

Wilder Land maakt niet alleen thee – maar ook andere verrassend lekkere producten van inheemse en wilde ingrediënten. Denk aan culinaire miso van gefermenteerde boekweit en kikkererwten, of pasta’s met lokaal graan en (on)kruiden zoals salie en weegbree. Net zo wild, net zo smaakvol!

Lees het interview met Matthijs van Wilder Land

JE LOKALE MELKBOER BINNEN AMSTERDAM

206 boeren rond Amsterdam produceren wekelijks bijna 1,5 miljoen liter melk, maar minder dan 0,5% daarvan komt direct in de stad terecht. More than Milk Amsterdam (MOMA) wil dit veranderen door lokale melkproducten, zoals kaas, volle melk en yoghurt, te verkopen op Amsterdamse markten. Deze producten zijn afkomstig van de Groene Griffioen boerderij in Weesp, waar de melk minimaal wordt bewerkt. Zo blijft het product dicht bij de natuur!

Kijk op hun website voor de meest actuele informatie over waar de melkboer langskomt!

Praat, betaal of doe mee

Daarnaast heeft MOMA het Grond Verbond opgericht om boeren, voedselverwerkers en consumenten gezamenlijk verantwoordelijk te maken voor een gezond landschap. Het initiatief wil de negatieve effecten van de huidige economie, zoals klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en bodemdaling in het veengebied rond Amsterdam, aanpakken. MOMA moedigt iedereen aan om mee te praten en bij te dragen aan duurzame verandering binnen de voedselketen.

Fotoredits: Helen's free food market

HElen’s free food market helpt mensen met een kleine portemonnee door heerlijke groenten, fruit en brood gratis weg te geven.

Winkeliers hebben vaak eten over. Nog steeds wordt er heel veel weggegooid. Zonde! Helen’s Free Food Market haalt dit eten op en geeft het weg aan mensen die het nodig hebben. Zij kunnen zo besparen op boodschappenkosten, krijgen keuze uit gezonde en vegetarische producten en kunnen op die manier bijdragen aan een beter klimaat een een duurzamer Amsterdam. Vrijwilligers kunnen ook een grote bijdrage leveren aan het werk en krijgen in ruil daarvoor ook een grote tas met boodschappen.

De initiatiefnemer van Helen’s Free Food Market is Helen zelf, een Noorderling die bijdraagt aan een duurzamer en sociaal Amsterdam. Wil je mee doen? neem een kijkje op de website.

Fotocredits: Helen’s Free Food Market

Dik & Schil

Dik & Schil maken duurzame likeuren van koffiedik en sinaasappelschillen, zodat je op een verantwoorde manier kunt genieten. Stijn en Branco zamelen de restproducten zelf in en verwerken het tot smaakvolle likeuren. Hun missie is om een circulaire productieketen te creëren, waarin afval niet verloren gaat. Het idee ontstond uit frustratie: maar liefst 30% van al ons voedsel en drinken belandt in de prullenbak, terwijl het vaak nog vol voedingsstoffen en smaak zit. Zonde! Dik & Schil laat zien dat duurzaamheid en een lekker drankje hand in hand kunnen gaan.

Wil je weten waar je de likeuren kunt kopen? Kijk dan op de website!

Fotocredits: Dik & Schil

Clay’s Banenenbrood

Clemens’ geliefde bananenbrood uit zijn cateringbedrijf kreeg zoveel lof dat hij besloot zijn eigen merk te starten. De naam? Een ode aan zijn zoontje Clay, zijn grootste inspiratie. Elke week redt hij bananen die niet meer verkoopbaar zijn van verschillende lokale ondernemers in Purmerend. Deze bananen worden verwerkt in de bananenbroden, waarmee voedselverspilling wordt tegengegaan. Naast de originele loaf kun je kiezen uit de vegan, glutenvrije of zero sugar opties! Meer weten? Kijk dan op de website.

Fotocredits: Clay’s Bananenbrood

Potverdorie! maakt jams en chutneys van fruit en groente die anders zouden worden verspild. Met 70% rijp geplukt Hollands fruit, gecombineerd met kruiden zoals dragon en rozemarijn, creëren ze producten zonder kunstmatige toevoegingen, puur natuur.

Potverdorie! maakt smaakmakers van Nederlandse bodem op basis van 70% fruit. Chutney en jam die geen jam mag heten omdat er teveel fruit in zit. Fruit dat volgens de inkooporganisaties te groot te klein of afwijkend van kleur of vorm is. Voor Potverdorie! is dat juist perfect het gaat om de smaak die moet goed zijn. Omdat al het fruit uit Nederland komt, wordt het rijp geplukt en hoeven er geen onnodige kilometers over de aarde te worden afgelegd. De duurzame telers met wie we persoonlijk contact hebben krijgen een eerlijke prijs voor het ‘lelijke’ deel van de oogst. Ze werken tenslotte ook voor dat deel heel hard.

De smaak is het allerbelangrijkst en daarom maken ze die uniek. Zo is er pruimgember, kersrozemarijn, framboosmunt, braamlaurier en uienchutney. Doordat er heel veel fruit in zit en minder suiker smaakt het niet alleen fantastisch bij brood of yoghurt maar ook bij kaas en vleeswaar, je maakt er een taartje mee af maar ook een stamppot. Heerlijk in een drankje met of zonder alcohol, in een dressing eigenlijk kan het overal bij. Een lekkere smaak, 100% van Hollandse bodem en een eerlijke prijs voor de teler, Potverdorie! wat lekker. Kijk op de website voor de actuele verkooppunten binnen de stad!

Fotocredits: Potverdorie!

De focus op pure smaak en gebruik van natuurlijke ingrediënten is de leidraad voor deze onderneming.

Behalve op het gebied van gezondheid is Lisa, het gezicht achter Buurvrouw Lisa, constant bezig met het verduurzamen van haar bedrijf en de processen. Ze gebruikt het liefst lokale seizoensgroenten en -fruit, die ze ophaalt bij een vaste teler in de Beemster. Ze neemt ook fruit en groente af die zijn afgekeurd voor de reguliere verkoop vanwege een rare vorm of een plekje. Verpakkingen worden gerecycled waar dat kan. Tot slot heeft ze een overeenkomst met Too Good To Go, hierdoor worden haar producten niet weggegooid als de officiële houdbaarheidsdatum verstreken is, maar ze in principe nog goed zijn om te eten of drinken.

Buurvrouw Lisa is onder andere elke eerste zaterdag van de maand te vinden op NoordOogst! Neem een kijkje op de website voor meer informatie!

Fotocredits: Buurvrouw Lisa

Heerlijke brownies, cakes en koeken! Volledig plantaardig en met verstopte misfit groenten.

Toen bakker Rob op zoek ging naar koeken voor zijn kinderen en hij niet vond wat hij zocht, besloot hij zelf te gaan experimenteren met recepten. Hij wilde koeken zonder onnodige toevoegingen, slechte vetten zoals palmolie en rare e-nummers. Het liefste met verstopte groenten zodat ze wat meer vezels zouden bevatten, maar wel met de “guilty pleasure smaak” van een echt lekkere koek.

Tijdens zijn zoektocht kwam ook duurzaamheid steeds hoger in het vaandel te staan, waardoor het besluit werd genomen om alleen nog maar vegan koeken te bakken. Donny Craves is een bakkerij die verspilling tegen gaat door gebruik te maken van misfit groenten. Dit zijn groenten die eigenlijk zijn afgekeurd door de voedselindustrie. Omdat de bakkerij geen zuivel of eieren gebruiken, zorgen deze groenten voor de smeuïgheid van hun producten. Het aanbod bestaat uit verschillende American Cookies, brownies, lekkere roze koeken en muffins. De producten zijn te vinden in verschillende winkels of online te bestellen.

Zin in een roze koek of browkie? bestel ze online!

Fotocredits: Donny Craves

Dick Schaap Horecagroothandel

Dick Schaap is dé groothandel op het gebied van groente en fruit in Amsterdam en omgeving. Zij willen dat alle Amsterdamse horeca verse en gezonde maaltijden serveert die gemaakt worden met lokale producten! Ze kopen rechtstreeks lokaal in bij boeren en tuinders in Noord-Holland. Met hen maken ze afspraken over duurzame productie en bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Zo dragen de boeren met wie ze samenwerken bij aan het vergroten van biodiversiteit. Ze planten bloemen langs de randen van hun akkers om bijen en andere insecten betere leefomstandigheden te geven.

Gezond Eten voor Iedereen

Daarnaast steunen zij een aantal gezonde projecten in de regio omdat zij vinden dat iedereen toegang zou moeten hebben tot gezond en vers voedsel. Zo zetten ze bijvoorbeeld wekelijks gratis fruit neer bij een aantal sportclubs om de gezonde snack te bevorderen. En leveren ze aan zo’n 20 basisscholen drie keer per week een pakket met gevarieerd fruit voor de leerlingen. Hiermee proberen ze jonge mensen, uit alle lagen van de bevolking, gezond te houden en in contact te brengen met gezond voedsel. Check de website voor meer informatie!

Fotocredits: Dick Schaap

Landgoed Rorik is een plek waar landbouw, natuur en recreatie samenkomen.

Alles draait in cirkels: het restaurant kookt met producten van het landgoed, restjes gaan naar de varkens, en de varkens keren terug op het bord. Elk materiaal heeft een tweede leven—niets wordt besteld, alles is hergebruikt.

Achter Rorik staan wijnboeren Rubie & Eise, campinghouders Maartje & Atse, bio-boer Kasper, chefs Lennart & Kees en visionair Wouter. De camping verwelkomt iedereen die wil genieten van natuur, kunst en creativiteit. Help mee op de akkers, relax in de boomgaard of drink een glas zelfgemaakte wijn bij het kampvuur. Meer weten? Kijk dan op de website.

Fotocredits: Landgoed Rorik

Bij Kaasboerderij Geingenoegen draait alles om goed boeren, pure kaas en de natuur!

Net buiten de Amsterdamse wijk Gein, ligt een gezellige en kleinschalige kaasboerderij. Op deze boerderij leven koeien met horens, schapen, en Bonte Bentheimer varkens in hun eigen varkensbos.

De boerderij is grotendeels zelfvoorzienend. Het voer voor de dieren komt van eigen land. De mest wordt gebruikt om het gras te voeden, en restproducten van het kaasmaken, zoals wei, gaan naar de varkens. Ook qua energie is de boerderij goed bezig: met zonnepanelen wekken ze hun eigen stroom op.

In de gezellige kaaswinkel kun je op donderdag, vrijdag en zaterdag terecht voor een ruim aanbod aan zelfgemaakte kazen. Van jonge tot oude boerenkaas, en van kruidige varianten. Ook vind je er verse zuivel, zoals karnemelk, kwark, boter en yoghurt – allemaal ambachtelijk bereid op eigen erf. Meer weten? Check dan de website!

Fotocredits: Kaasboerderij Gein Genoegen